Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 19 februari 2013

Discussieavond Provinciefusie

Op 12 februari hield D66 Flevoland een discussieavond over de provinciefusie voor D66’ers en andere belangstellenden.

Met zo’n 40 aanwezigen was de opkomst goed. Na een inleiding van Michiel Rijsberman ontstond er een levendige discussie. In de discussie is er vooral ingegaan op de inhoudelijke argumenten voor of tegen een provinciefusie, maar er was ook aandacht voor meer emotionele argumenten. Dat biedt een mooi tegenwicht tegen de discussie zoals die in de media en in provinciale Staten wordt gevoerd, waarin sterke inhoudelijke argumenten nauwelijks een rol lijken te spelen.

Inleiding
D66 heeft het al sinds jaar en dag in het landelijke verkiezingsprogramma staan: we zijn voor vier of vijf landsdelen. Ons provinciale programma stelt iets vergelijkbaars:

D66 wil landsdelen in plaats van de huidige provincies. De historische provinciegrenzen passen niet bij de vraagstukken van de moderne maatschappij. De oude grenzen wringen het meest in de Randstad. Wij vinden het belangrijk een onderscheid te maken tussen de provincie als geografische of culturele eenheid en de provincie als bestuurlijke organisatie. Het provinciaal bestuur moet anders.

Op 14 december 2012 nam het kabinet het formele besluit te starten met de ARHI-procedure, die leidt naar samenvoeging van de drie provincies. Het kabinet noemt zes argumenten voor herindeling: (1) een sterk middenbestuur, (2) inspelen op ontwikkelingen in het binnenlands bestuur en de verhoudingen tov gemeenten, (3) knellende grenzen, (4) de provincie als sterke partner van het bedrijfsleven, (5) bestuurlijke drukte verminderen en kosten besparen en (6) inspelen op Europa.

Positief kritisch, maar niet zonder zorgen en vragen
In de discussie was er brede steun voor een ‘ja, mits…’ standpunt, zoals dat ook in Utrecht en Noord-Holland is ingebracht. De behoefte aan een daadkrachtiger bestuur wordt gezien. Samenwerking is niet de oplossing. De samenwerkingsverbanden verhouden zich slecht tot de democratische controle. De behoefte aan samenwerking is daarentegen wel een uiting van een gebrek aan bestuurskracht. Er blijven natuurlijk nog vele zorgen over. Om er een paar te noemen: de snelheid van het proces is schadelijk voor het resultaat. Er kan beter een pas op de plaats worden gemaakt om het proces goed te doen, dan om nu snel, ‘god zegene de greep’, drie provincies samen te voegen. En waarom geeft Plasterk geen visie die verder gaat dan deze drie provincies (geen visie, geen fusie)? Die visie zou voor D66 niet alleen een eindbeeld van de ruimtelijke begrenzing van de landsdelen moeten bevatten, maar vooral ook een beeld van de taken en bevoegdheden van die landsdelen. En de visie zicht moeten bieden op de verhouding met sterke gemeenten, die (vooral buiten Flevoland) te vaak nog klein zijn. En wat is nu precies de positie van de gemeenten Noordoostpolder en Urk? Plasterk noemt slecht onderbouwde bedragen (40 mln kosten, eenmalig, daarna 15 mln per jaar besparing). De besparing is grofweg 1% van de begroting. Of deze behaald wordt is maar zeer de vraag. Is dit dan wel de moeite waard? Hoe zit het met de afstand van de burger tot zijn bestuur? Nu heeft Flevoland 1 statenlid per 10.000 inwoners, door de fusie zou dat oplopen tot 1:100.000. Dat is ongunstig voor de democratische vertegenwoordiging. De geografische afstand is minder een probleem: je hoort immers ook niemand over de afstand van noord-Limburg naar Maastricht.

Op woensdag 27 februari komt Plasterk naar Provinciale Staten. Hopelijk komen we dan tot antwoorden. Deze bijzondere statenvergadering is openbaar. U bent van harte uitgenodigd om de discussie met de minister bij te wonen!

Voor meer informatie over de provinciefusie:

http://www.rijsberman.nl/2013/02/provinciefusie/

http://www.rijsberman.nl/2013/02/zorgen-over-de-provinciefusie/