Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 2 juli 2013

Opiniestuk: Openbaar vervoer, kan het ook anders?

Reizen met het openbaar vervoer kan simpeler en prettiger als concurrenten samenwerken.

Flevoland onderscheidt zich van andere provincies met de hoge pendel, Flevoland heeft de meeste forenzen van Nederland. Flevolanders uit zowel Almere, Dronten, Lelystad en Noordoostpolder reizen enorm veel (Flevolandse forenzen reizen het verst, bericht Omroep Flevoland dd 31-05-2012).

Goed en servicegericht openbaar vervoer zou de inwoners van Flevoland erg helpen bij hun dagelijkse woon-werkverkeer, bovendien biedt op een eigentijdse innovatieve manier van omgaan met openbaar vervoer de provincie Flevoland de kans zich te onderscheiden van andere provincies en de aantrekkelijkheid van het gebied te vergroten. Voor de forenzen, en ook wat betreft de aantrekkingskracht voor toeristen.

Tijdens de bespreking van de Perspectiefnota 2013-2017 is de Startnotitie Herijking Openbaar Vervoersbeleid besproken en op de Statendag van 3 juli wordt de Startnotitie besproken. Het standpunt van D66 is de verschillende panorama- en opinierondes is steeds geweest dat er innovatieve en creatieve oplossingen nodig zijn om het openbaar vervoer in Flevoland aantrekkelijk te maken voor reizigers in casu de inwoners van Flevoland.

Standpunt D66
De huidige situatie rond het openbaar vervoer is dat zolang vervoerders vooral aan hun eigenbelang denken en los van elkaar opereren, de reiziger afhaakt en kiest voor bijvoorbeeld de auto. Het gevolg hiervan is dat concurrenten binnen het OV hun persoonlijke doelstelling ‘het vervoeren van reizigers’ niet halen. Dit is in een notendop het probleem waarmee het Nederlandse openbaar vervoer al jaren worstelt.

Het rapport ‘Samen op reis, OpStap naar een beter OV’ is onlangs aan staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur aangeboden. Kern van het rapport is ‘Stem de dienstregelingen op elkaar af en biedt de reiziger eigentijdse voorzieningen en creatieve oplossingen’. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is te zorgen dat de reiziger vanaf de laatste halte vervoer heeft naar zijn of haar eindbestemming.

Een voorbeeld is het Achterhoekse vervoersbedrijf Syntus dat het zogenaamde visgraatmodel uitvond: de lijnen Arnhem-Winterswijk en Zutphen-Winterswijk vormen de ruggegraat van dit model. De buslijnen zijn de kleine graatjes, de toevoerlijnen naar de treinstations. Vertrektijden van trein en bus worden op elkaar afgestemd. Ook wachten de treinen van Syntus op vertraagde bussen. De meeste buslijnen die parallel aan het spoor liepen zijn opgeheven. Het visgraatmodel werd een daverend succes. Dit model werd tevens geïntroduceerd in Limburg en in Twente.

Ideeën om op creatieve manieren om te gaan met openbaar vervoer zijn er ook in andere plaatsen zoals in Rotterdam waar voor de laatste kilometers om thuis te komen deeltaxi’s, een wijkbus, connectcar of OV-fiets beschikbaar zijn. Innovatieve oplossingen zitten in de pijplijn zoals een vaste formule voor overstappunten zodat reizigers beter hun weg vinden (pilot in 2013),een menukaart waarin alle aanbiedingen van de vervoerders op een rij staan (invoering 2014) en een OV-businesscard waarmee de zakelijke reizigervan deur tot deur kan reizen. Afrekenen gebeurt achteraf (invoering 2013). Plannen en ideeën die aangeven dat er meer mogelijk is dan de traditionele openbaar vervoersoplossingen en kennelijk bieden deze toekomsgerichte oplossingen ook voordelen aan de kosten- en servicekant, zowel voor vervoerders als passagiers.

D66 is van mening dat de provincie Flevoland deze voorbeelden en oplossingen kan onderzoeken om te komen tot verantwoord, innovatief en servicegericht openbaar vervoer voor de inwoners van Flevoland.

Margriet Papma, burgerlid fractie D66 Flevoland